![]() |
De Zalen |
||||
| Terug
naar de tentoonstelling
|
Zaal 1
800 jaar
geleden…
In november 1200 werd voor het eerst schriftelijk melding gemaakt van een
Van Wassenaer. Dit vormde de aanleiding voor het organiseren van deze
tentoonstelling. 800 jaar familiegeschiedenis Van Wassenaer met z’n ups en z’n downs,
maar met in elk geval één constante: de zorg voor het bezit. Afgezien
van persoonlijk talent was een goed beheer van oud en het verwerven van
nieuw bezit mede afhankelijk van een adellijke afkomst en de daarbij
behorende rechten. Ook speelden het bekleden van hoge functies – die
leverden macht en status op – en een uitgekiende huwelijksstrategie om
een goede partner te vinden voor met name de oudste zoon een belangrijke
rol. De tentoonstelling laat het u allemaal zien en beleven. AfkomstHoe ouder het geslacht, hoe groter het prestige. Zo wisten
genealogen in de zestiende eeuw op onnavolgbare wijze de Van Wassenaers
af te laten stammen van Bataafse koningen uit de Romeinse tijd (de
eerste eeuwen na Christus)! Zo oud zijn de Van Wassenaers nu ook weer niet. De eerste
vermelding van een telg uit deze familie dateert van 3 november 1200.
Deze Philips van Wassenaer moet toen al tot de adel behoord hebben, want
hij wordt als getuige genoemd bij de sluiting van een verdrag tussen
graaf Dirk VII van Holland en de hertog van Brabant. Of Philips’ vader
zich ook al Van Wassenaer noemde, is niet waarschijnlijk. De naam gaat
terug op de burcht die werd gesticht in Wassenaar, ter hoogte van het
huidige Burchtplein. Adellijke afkomst en bezit zijn aan elkaar gerelateerd.
Wie tot de adel behoorde werd geacht uitgebreide bezittingen te hebben,
of omgekeerd: wie zijn bezit verloor, kon ook zijn adellijke positie
kwijtraken. |
Jan
II van Wassenaer |
|||
![]() Koelvat, geschonken bij de doop van Jacob Jan Brilanus van Wassenaer Duivenvoorde. |
Zaal 2
Bezittingen
Adellijke afkomst en hoge maatschappelijke posities maakten het de Van
Wassenaers mogelijk in het bezit te komen van tal van onroerende
goederen als landerijen, huizen en kastelen, en roerende goederen als
schilderijen, porselein, meubilair en andere huisraad. Deze werden
verworven door (grafelijke) schenkingen, aankoop of via huwelijken. Ook lieten verschillende Van Wassenaers nieuwe huizen bouwen, zoals het Huis
Rosenburg in Voorschoten en het stadspaleis in de hoek van de
Kneuterdijk in Den Haag. In de zeventiende en achttiende eeuw werden
diverse onderkomens verbouwd en uitgebreid tot voorname landhuizen en
vond vergroting en verfraaiing van de tuinen plaats. Johan Hendrik van Wassenaer Obdam bracht in de eerste helft van de
achttiende eeuw een fantastische verzameling bijeen van schilderijen
(waaronder elf Rembrandts), tekeningen, boeken, kunstvoorwerpen en
rariteiten, die hij onderbracht in zijn huis aan de Kneuterdijk. Na zijn
dood werd de verzameling helaas geveild. |
||||
Zaal 3
Huwelijksstrategie en erfopvolgersBij de adel – en dus ook bij de Van Wassenaers – stond voortzetting van
het geslacht en daarmee
het behoud en liefst ook de uitbreiding van het familiebezit voorop. De
oudste zoon speelde daarin een cruciale rol. Als erfopvolger kreeg hij
na de dood van zijn vader een groot deel van het familiebezit. En hij
moest op zijn beurt zorgen voor een nieuwe erfopvolger. Het vinden van
een geschikte huwelijkspartner was dan ook geen persoonlijke keuze, maar
een zaak van de familie. Lange tijd trouwde adel met adel. De hoogte van afkomst, maatschappelijke
positie en rijkdom van de familie van het meisje bepaalden in de eerste
plaats of er een alliantie kon worden aangegaan, hoewel men ook wel
besefte dat wederzijdse genegenheid kon bijdragen aan een succesvol
huwelijk. Behalve het zozeer gewenste nageslacht, bracht het meisje ook bezit in.
Zeker als het een erfdochter betrof, kon dat aanzienlijk zijn. Zo kwam
door het huwelijk van Jacob van Wassenaer Obdam met Adriana Sophia van
Raesfelt kasteel Twickel met al zijn land en goederen in bezit van de
familie van Wassenaer. Maar owee als er geen erfopvolger kwam, maar
alleen dochters, dan stierf de familie uit en kwam het familiebezit via
de oudste (=erf) dochter aan de familie die haar trouwde. |
Willem baron van Wassenaer |
||||
Zaal 4
Continuïteit en veranderingIn 1795 vielen Franse troepen ons land binnen. De oude regering werd opzij
gezet en een nieuwe staatkundige organisatie in het leven geroepen. De
erfelijke rechten van de adel werden afgeschaft. Eerst na het herstel
van de onafhankelijkheid in 1813 herkreeg de adel bescheiden rechten.
Koning Willem I ging er bovendien toe over voorname families in de
adelstand te verheffen om het door uitsterving sterk geslonken aantal
adellijke geslachten weer op peil te brengen. Oude en nieuw gecreëerde
adel werden georganiseerd in provinciale ridderschappen en kregen
zitting in de Eerste Kamer; ook in de Tweede Kamer waren veel leden van
adel. De invoering van de liberale Grondwet van Thorbecke in 1848 maakte
definitief een einde aan de rechten van de adel. Wat restte was het
recht van het voeren van de bij de naam behorende titel. |
|||||
800 jaar later…
De democratisering van onze samenleving in met name de tweede helft van de
twintigste eeuw heeft de maatschappelijke verschillen op basis van
afkomst verkleind. Adel trouwt allang niet meer uitsluitend met
adel.Veel bezit is afgestoten of heeft zijn privé karakter verloren. Zo
werd het huis op landgoed Hoekelum, dat in 1819 door een huwelijk in de
familie Van Wassenaer kwam, kort na de Tweede Wereldoorlog in gebruik
genomen als Luthers Buitencentrum. Dit doet de vraag rijzen: ‘Bestaat de adel nog als elitegroep?’ In elk
geval blijkt uit recent onderzoek dat de traditioneel grotere kans van
iemand van adel om een elitepositie te bereiken in de loop van de
twintigste eeuw nauwelijks is verminderd. De adel spreekt ook nog steeds
tot de verbeelding. De opmerking ‘Die is van adel’ levert altijd een
reactie op, positief of negatief. Het waarom hiervan is niet eenvoudig
te duiden. Komt het misschien door de wetenschap dat het niet alleen om
de betreffende persoon gaat, maar om iemand die telg is uit een oud
adellijk geslacht, iemand die wij bewust of onbewust vereenzelvigen met
zijn roemruchte familiegeschiedenis? |
Godfried Hendrik Leonard baron van Wassenaer van Catwijck (1894-1954) |
||||