| "Heren
van Stand" Van Wassenaer: 800 Jaar Adelsgeschiedenis Tentoonstelling Haags Historisch Museum
|
||||||||||||
|
Op
15 november 2000 is in het Haags
Historisch Museum de eerste van de drie tentoonstellingen geopend
in het kader van het Van Wassenaerproject. Deze tentoonstelling duurt
tot 18 februari 2001. De andere tentoonstellingen, op Duivenvoorde en
op Twickel, zullen van 15 april tot 15 augustus 2001 zijn geopend.
Nadere informatie over de tentoonstelling in het Haagsch Historisch
Museum op de website
van het museum. Een team onder leiding van Drs Michiel van der Mast heeft overuren
gewerkt om
de tentoonstelling in de vier
benedenzalen in te richten.
Bijzonder aan deze tentoonstelling is vooral het "kinderspoor". Een speciale route voor kinderen leidt langs educatieve en met moderne middelen vormgegeven serie beweegbare en licht- en geluidgevende objecten. Zo leren zij over vroeger, over stambomen en over de vraag of het in deze tijd eigenlijk nog wel iets voorstelt om "van adel" te zijn. Wat maakt het allemaal nog uit in deze wereld van internet, gameboys, Olympische helden, voetbalsterren en van Britney Spears?
Directeur van Maarsseveen opent de tentoonstelling
Professor dr. S. Groenveld leidde de tentoonstelling in.
drs C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oye plaatste de tentoonstelling in een hedendaags perspectief. PERSBERICHT Haags Historisch
Museum TENTOONSTELLING
16 november 2000 t/m 18 februari 2001
H E R E N
V A N
S T A N D 800 jaar familiegeschiedenis Van
Wassenaer De
naam Van Wassenaer gaat terug op de burcht die zij stichtten ter
plaatse van het huidige Burchtplein in Wassenaar. In een oorkonde van
de graaf van Holland uit november 1200 worden ze voor het eerst
genoemd. Hieruit blijkt dat de Van Wassenaers feitelijk al geruime
tijd tot de hoge adel werden gerekend. In de zestiende eeuw wisten
genealogen de stamboom fors te vergroten door hen te laten afstammen
van Bataafse koningen uit de Romeinse tijd. De Van Wassenaers lieten
zich deze fictieve ouderdom van hun familie graag aanleunen, aangezien
het hun prestige vergrootte. Toen er bij Katwijk op grondgebied van de
familie Van Wassenaer Romeinse oudheden werden aangetroffen, werd een
deel hiervan uitgestald in het familiehuis aan de Haagse Kneuterdijk,
waarmee de unieke ouderdom van de familie werd benadrukt. Eén
van de belangrijkste kenmerken van de adel is het hebben van een groot
aantal rechten. Daarmee konden zij zich een machtspositie en
bezittingen verwerven. Rond 1500 viel bijvoorbeeld vrijwel het hele
gebied tussen Den Haag en de Oude Rijn bij Leiden onder de Van
Wassenaers. Zij betrokken tal van kastelen als Duivenvoorde in
Voorschoten, ’t Sandt in Katwijk, het Huis te Warmond, Kasteel
Zuidwijk in Wassenaar en Twickel in Delden. In Den Haag liet Johan
Hendrik van Wassenaer Obdam in 1717 naar ontwerp van Daniël Marot in
de hoek van de Kneuterdijk een fraai stadspaleis bouwen. Het huis werd
weelderig ingericht en ook de grote kunst- verzameling van Johan
Hendrik was er in ondergebracht. Een
hoge komaf betekende ook het bekleden van hoge functies. Als
burggraven van Leiden bemoeiden de Van Wassenaers zich intensief met
de ontwikkeling van de Sleutelstad. Jan II van Wassenaer was behalve
burggraaf ook een gevreesd krijgsman. Tijdens één van de veldtochten
waaraan hij deelnam, liep hij een verwonding aan zijn kaak op.
Sindsdien wordt hij ‘Jan met de kaak’ genoemd. Jacob van Wassenaer
Obdam was admiraal. Bij de zeeslag bij Lowestoft in 1665 vloog hij met
zijn schip de lucht in, toen de kruitkamer door een kogel werd
getroffen. Verscheidene Van Wassenaers waren lid van de Ridderschap
die deel uitmaakte van het gewestelijk bestuur, zoals de Staten van
Holland. Om hiervan lid te kunnen worden moest men een stamboom kunnen
tonen, waaruit bleek dat men van adel was. Deze
hoge functies leverden niet alleen macht, status en geld op. Ze werden
ook gebruikt voor het leggen van contacten en het onderhouden en
uitbreiden van netwerken. Dat was van groot belang voor het vinden van
goede huwelijkspartners voor de kinderen en met name voor de oudste
zoon. Want een meisje uit een rijke (adellijke) familie bracht bij een
huwelijk nieuwe bezittingen in. Wanneer de vader was overleden kwam
een groot deel van het familiebezit bij de oudste zoon terecht. De
geboorte van een zoon uit diens huwelijk was dan ook een feestelijk
gebeuren: door hem werd het geslacht Van Wassenaer voortgezet en het
familiebezit veiliggesteld. Maar het kon ook gebeuren dat er geen
erfopvolger was. Bij het huwelijk van de dochter(s) ging het bezit
over op een andere familie. Zo kwam in 1732 Kasteel Duivenvoorde - het
‘stamslot’ van het geslacht Van Wassenaer van Duivenvoorde – bij
de familie Torck terecht. Tijdens
de Franse overheersing aan het eind van de achttiende eeuw raakten de
Van Wassenaers hun oude rechten als ambachtsheren kwijt. Onder koning
Willem I werden deze rechten deels weer hersteld, om na enkele
decennia voorgoed te worden afgeschaft. Het enige recht dat zij
behielden was het dragen van een titel.
In
de negentiende en twintigste eeuw is veel bezit verkocht of kreeg een
andere, meer openbare bestemming: een kasteel werd museum, een
landgoed werd pretpark of wandelgebied. Wel wist de adel zich te
handhaven in hoge maatschappelijke posities.
De
tentoonstelling die van 16 november 2000 tot en met 18 februari 2001
in het Haags Historisch Museum te zien is,
maakt onderdeel uit van de viering van ‘800 jaar Van
Wassenaer’. Bij de Stichting Hollandse Historische Reeks verschijnt
een omvangrijke publicatie met een aantal artikelen over de Van
Wassenaers (300 blz., 200 ill., deels in kleur, prijs f 125,-).
Daarnaast zijn er van 1 april – 1 oktober 2001 tentoonstellingen
over deze familie in Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten en Kasteel
Twickel in Delden. Nadere
informatie: of op de website van het museum
Wilt u zoeken op deze site? Vul dan uw zoekterm in en druk op "search"
|