|
Willem van Duvenvoorde, de Bill
Gates van de Middeleeuwen. Op zijn achttiende straatarm, gestorven als
een van de rijkste mannen van zijn tijd. Als er in de veertiende eeuw
intelligentietesten hadden bestaan, had Willem een opzienbarend hoge
score gekregen.
Opkomst
Willem
van Duvenvoorde werd in 1290 geboren als bastaard van Philips van
Duvenvoorde. Philips van Duvenvoorde was een zoon van Jan van
Duvenvoorde, stamvader van de tak Polanen van het geslacht Wassenaar.
Een
bastaard kon niet erven. Toen zijn vader in 1308 overleed, bleef onze
Willem dan ook berooid achter. Hij was knape van de goede graaf Willem
III; deze zag wel wat in de jongen. Hij benoemde hem tot zijn kamerling
en op zijn vierentwintigste was Willem van Duvenvoorde ook nog eens zijn
schatbewaarder. Wie wat van de graaf gedaan wilde krijgen, kon niet om
Willem van Duvenvoorde heen. De twee functies samen zijn min of meer te
vergelijken met de huidige taak van een minister-president.
De
graaf beloonde Willem met goederen en geld. De meeste leenmannen leden
verlies op hun goederen en moesten tijdens krijgstochten de tekorten
aanvullen. Willem van Duvenvoorde daarentegen beheerde zijn goederen zo
bekwaam dat hij er winst uit behaalde en met die winst nieuwe goederen
kon kopen.
Hij
was een family-man: zo hielp hij zijn halfbroer Jan I van Polanen, zijn
halfzuster Christina en zijn nicht Berta van Dorpe. Hij zorgde voor
benoemingen van Jan van Polanen en betrok zijn familie in zijn zaken.
Willem
van Duvenvoorde had niet alleen goede contacten in het graafschap. Ook
in het hertogdom was hij graag gezien. In 1328 sloeg hertog Jan III van
Brabant hem in Brussel tot ridder. Niet lang daarna benoemde de hertog
hem tot zijn baanderheer.
Bijnaam
Snickerieme noemde men Willem van
Duvenvoorde, wat roeispaan betekent. Die bijnaam beviel hem slecht. Hij
zag het niet als een eretitel voor de bastaard die een slimme diplomaat,
een intelligente strateeg, een geslepen politicus en een bekwame bankier
bleek te zijn. Na de uitzonderlijke legitimatie door de keizer van het
heilige Rooms-Duitse rijk durfde men hem niet langer bij zijn bijnaam
aan te spreken. Hij verdiende respect, want welke bastaard lukte het om
zijn bastaarddom kwijt te raken? Wat hij de keizer betaald heeft, is
niet in de geschiedenis blijven hangen.
Modern beheer
Willem
was een modern bestuurder. Hij liet zijn goederen centraal beheren
vanuit Huize Ten Strijen in Oosterhout, in de schimmige grensstreek
tussen graafschap en hertogdom. Huize Ten Strijen was het grootste
kasteel dat er in de veertiende eeuw in het graafschap is gebouwd.
Tientallen
klerken waren in dit kasteel van Willem aan het werk. Zij stelden onder
andere lange lijsten samen van vissers, vissoorten, visgronden en
visquota. Leeggeviste wateren leverden immers geen vispacht op. Willem
liet strenge controle uitoefenen op het bedijken van het door hem
ontgonnen land in het grensgebied tussen het graafschap Holland en het
hertogdom Brabant. Wie zich niet aan zijn (strenge) regels hield, kon
uit het zich steeds uitbreidende gebied vertrekken.
Dat
Willem van Duvenvoorde gelijk had met zijn nauwkeurig toezicht blijkt
wel uit de ramp die zich voltrok na het uiteenvallen van het centrale
gezag. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten bleef dijkonderhoud
achterwege. Hoeksen wezen Kabeljauwen aan om onderhoud te plegen en vice
versa, en vervolgens gebeurde er niets. In de nacht van de stormvloed
van 19 november 1421 verdronken twee dorpen, door de poreuze dijken
kwamen in de maanden daarna nog eens achttien dorpen onder water te
staan.
Van graven en vorsten
Willem
verkreeg niet alleen rechtmatig goederen, hij nam ze ook brutaalweg door
zonder toestemming grond van de hertog in de grensstreek te ontginnen.
Na het afgraven van het veen werd het stuk grond bedijkt, op het
drooggevallen land graasde vee, nog later kwam er akkerbouw en
ontstonden er nederzettingen. De oorspronkelijk woeste gronden leverden
Willem van Duvenvoorde in enkele jaren veel geld op. Hij misleidde de
hertog bijvoorbeeld door een dorp ’s-Gravenmoer te noemen, de hertog
ging er dan ten onrechte van uit dat Willem van Duvenvoorde de grond van
de graaf in leen had. De graaf, op gespannen voet met de hertog levend,
ondersteunde de handelswijze van zijn leenman.
Willem
van Duvenvoorde was niet alleen raadsman van de graaf maar ook
diplomaat. De graaf stuurde hem op diplomatieke missies naar de hertog.
Willem van Duvenvoorde slechtte geschillen en voorkwam oorlogen. Al snel
onderkende de hertog Willems kwaliteiten. De hertogelijke financiën
waren een chaos, Willem bracht ze op orde en naast de beloning in de
vorm van goederen benoemde ook de hertog hem tot zijn eerste raadsman.
Zijn roem ging hem vooruit. De Duitse keizer riep zijn hulp in, de paus,
de Engelse koning. Tevens leende hij geld aan hen, zoals hij ook aan de
Luikse bisschop, de Keulse aartsbisschop geld leende. De winsten
gebruikte hij voor een deel voor het stichten van kerken, kapellen en
kloosters.
De
Engelse koning had geld nodig voor het voeren van oorlog tegen de Franse
koning, die wij later de honderdjarige oorlog zijn gaan noemen. Willem
leende hem zoveel als de koning kon terugbetalen in zakken wol. De
koning had echter meer geld nodig voor het kopen van wapentuig. Om
Willem te paaien benoemde hij hem tot zijn minister en vroeg hem
nogmaals om geld. Hij bood hem zijn kroonjuwelen aan als onderpand.
Willem ging niet op het verzoek in. Geen vorst zou zijn machtssymbolen
uit handen geven. De koning wendde zich tot de Florentijnse bankiers.
Zoals voorzien betaalde hij zijn schulden niet af: de bankiers raakten
failliet. In hun val sleepten ze Florence mee. Dat Florence geen geld
meer had voor investeringen en daardoor in de huidige staat bewaard is
gebleven, ligt niet alleen aan pest, hongersnoden en oorlogen, maar ook
aan Willems weigering de koning meer geld te lenen.
De
graaf en zijn opvolgers voerden een sobere herberg. Willem van
Duvenvoorde pronkte graag met zijn rijkdom en voelde zich meer thuis in
de veel gastvrijere hofhouding van de hertog. De levensstijl liep ver
uiteen tussen graaf en hertog: de graaf voerde feesten met de knip op de
beurs, de hertog nodigde vele gasten uit en had een rijk gevulde dis,
opgeluisterd door zijn eigen toneelgezelschap.
Huize Ten Strijen was niet zijn enige
onderkomen. Naast huizen en burchten in het graafschap bouwde Willem van
Duvenvoorde kastelen in het hertogdom, hij liet onder andere huizen in
de wijken Koudenberg en Jodenpoel in Brussel afbreken om er zijn huis `Koudenberg’
nabij het hertogelijke paleis te laten optrekken.
Steeds
vaker verbleef hij in het hertogdom. Zijn contacten met de opvolgers van
de goede graaf Willem III waren minder hartelijk. De goede graaf Willem
III werd opgevolgd door de strijdlustige en uitlandige graaf Willem IV,
die in de slag bij Staveren 1345 in Friesland sneuvelde, waarbij ook
Willem van Duvenvoordes oudste bastaard omkwam.
Begin van de ellende
Na
Willem IV kwam de vrouw van de Duitse keizer aan de macht. Margareta van
Beieren bleef niet lang in het graafschap. De keizer had zijn vrouw
nodig in het heilige Rooms-Duitse rijk. Hun zoon Willem V nam haar waar.
De jonge Willem was niet in staat het graafschap goed te beheren en zijn
moeder keerde terug. Willem V gaf niet zomaar de macht uit handen.
Steden en enkele edelen zagen kans de macht van Willem van Duvenvoorde
en zijn clan te breken door zich achter Willem V op te stellen. Willem
van Duvenvoorde hing de partij van Margareta van Beieren aan.
De
Hoekse en Kabeljauwse twisten zetten zich in. Willem van Duvenvoorde
probeerde tussen moeder en zoon te bemiddelen en toen hij zijn pogingen
zag mislukken, trok hij zich gedesillusioneerd in het hertogdom terug om
nooit meer in het graafschap terug te keren. Uiteindelijk is hij als
rijkste man van zijn tijd op 12 augustus 1353 in zijn kasteel Boutershem
nabij Mechelen overleden.
Testament
Willem van Duvenvoorde kon als
achteraf wettig geborene zijn goederen doen vererven, maar zijn huwelijk
met Heylwich van Vianen (overleden in 1351) had hem geen kinderen
geschonken die van hem konden erven. Zijn bastaarden, minstens twaalf
had Willem er, kon hij alleen via omwegen bevoorrechten.
Het grootste deel van zijn
vermogen ging dan ook naar zijn neef, de zoon van zijn halfbroer, Jan II
van Polanen. Jan III van Polanen erfde van zijn vader. Jan III van
Polanen huwelijkte zijn dochter, Johanna of Jenne van Polanen, uit aan
graaf Engelbrecht van Nassau; zij was twaalf jaar oud. Zo kwam Willems
onmetelijke vermogen in het geslacht Van Nassau terecht. Onze
koninklijke familie vaart er nu nog wel bij…
Willem
in de 21ste eeuw
Dat
de naam van Willem van Duvenvoorde niet bekender is, komt doordat hij
als diplomaat en bankier vooral achter de schermen werkte. Ook in onze
tijd zijn de namen van de ondertekenaars als Clinton, Barak enzovoort,
beter bekend dan de namen van de diplomaten die de te ondertekenen
accoorden voorbereidden.
Eva
Bentis
|